Verschillende boeken geprobeerd te lezen die me allemaal niet echt pakten. Fictie: Een Schitterend Gebrek van Arthur Japin, alom geprezen, maar niet aan mij besteed. Een man die zich inleeft in een 14-jarig meisje? Ik kon er geen moment in geloven. Ook het boek van Paul Theroux over Afrika pakte me niet direct (Dark Star Safari), evenmin zijn bundel met korte reisverhalen (teveel van alles door elkaar) tot ik uiteindelijk stuitte op: China per Trein en dat vond ik weer een geweldig boek.
Hij beschrijft zijn reis door China, meestal per trein, in de 80er jaren. Een schat aan informatie over de Chinezen, hoe ze zijn, reageren, hun nog verse trauma over de Culturele Revolutie, waar ik heel weinig van wist. Schokkend om te lezen allemaal. Hoe de Rode-Gardisten hebben huisgehouden onder de intellectuelen. De jongeren die hun leraren aan een 'onderzoek' (lees: martelingen) onderwierpen om te zien of ze niet bourgeois waren. En dan als apotheose zijn reis naar Llasa, Tibet, met een auto met incapabele chauffeur, die een ongeluk veroorzaakt, dat leest als een spannende avonturenroman. Theroux is diep onder de indruk van het prachtige landschap en haar Tibetaanse bewoners. (Zie citaat onderaan)
Wat kan die man toch schrijven. De uitspraken die hij aan de Chinezen weet te ontlokken, hun lachjes en de honderden betekenissen die deze kunnen hebben, (zoals: 'je bent zeker gek geworden' of 'dat moet je niet vragen') de prachtige vergelijkingen die hij maakt (een yak ziet eruit als een koe op weg naar de opera), de landschapsbeschrijvingen, de toestand van de treinen (brrrr...) en de hotels die meer op gevangenissen lijken en dat alles met veel humor beschreven. Ook al is het boek gedateerd, het is een genot om te lezen.
Citaat uit het laatste hoofdstuk: „Men moet Tibet zien om China te kunnen begrijpen. En iedereen die de Chinese hervormingen verontschuldigt of er sentimenteel over doet, dient rekening te houden met Tibet, dat hem eraan zal herinneren hoe wreed, hoe koppig en materialistisch, hoe ongevoelig de Chinezen kunnen zijn. En dan geloven ze óók nog dat dat vooruitgang is.”